Theater Thuis
ofwel Home Theatre
een tussentijdse verkenning
Als notoire audiofielen hebben we met argusogen de komst van surround geluid bekeken. Na de mislukte pogingen in de jaren '70 met "quadro" en soortgelijke systemen zagen we er niet veel heil in. Eind jaren '80 na de "boom" van de midi- en mini-setjes was er bij de fabrikanten en winkeliers dringend behoefte aan iets nieuws waarmee de consument gestimuleerd kon worden tot nieuwe aanschaf. De eerste aanzet kwam van het Dolby concern. Dolby leverde al jaren apparatuur en methoden voor het weergeven van surround in de bioscoopzaal. Nu werd dan het concept vertaald naar de huiskamer in de vorm van "Dolby Pro-Logic". Eigenlijk was dit een soort variant op quadro. Pro-Logic omvat 4 kanalen die door middel van een soort "versleuteling" in twee kanalen konden worden geregistreerd. In de apparatuur thuis werd dat dan via een "matrix" weer terug vertaald naar vier kanalen. Een extraatje was de subwoofer mogelijkheid die simpelweg bestond uit het uitfilteren en sommeren van het basgeluid uit die vier kanalen. Dat werd dan als een vijfde kanaal weergegeven. Het voordeel van het systeem was dat je het met een stereo video recorder kon opnemen. En ook nu nog wordt het gebruikt voor sommige filmuitzendingen op de TV.
DVD
Het nadeel van het systeem was de bedroevende kanaalscheiding
van slechts 3 dB. Maar de techniek stond niet stil en al snel
kwam er de DVD die het mogelijk maakte om vijf kanalen discreet
op een disc te zetten. Dat betekende dus maximale kanaalscheiding
en metingen wijzen uit dat een scheiding van meer dan 70 dB mogelijk
is, een groot verschil!
De uitvinding van "3M", de DVD, waarop meer ruimte
geboden wordt dan op de klassieke CD of CD-ROM was een ware uitkomst.
Die DVD biedt de mogelijkheid van een veel grotere data-opslag
en is toepasbaar op velerlei gebied waarvan filmweergave er slechts
één is.
Dolby Digital
De ontwikkeling van het nieuwe surround systeem, "Dolby
Digital", vond plaats in nauwe samenwerking met filmmaatschappijen
en de opname industrie. Dat leidde er toe dat de ruimte werd
gecreëerd voor ondertitels in meerdere talen en zelfs het
geluid kan in meerdere talen op de disc gezet worden. Er was
echter één probleem, ondanks de riante ruimte op
de DVD konden beeld en geluid er niet zomaar op. De oplossing
is dan compressie. Die compressie wordt voor zowel het beeldmateriaal
als voor geluid toegepast. In de praktijk blijkt dat, mede door
geavanceerde technieken in de huidige TV-toestellen, de beeldcompressie
nauwelijks waargenomen wordt. Met geluid is het anders, het oor
laat zich niet zo gemakkelijk bedriegen als het (trage!) oog.
DTS
Inmiddels is er een nieuwere techniek ontwikkeld waarbij het
geluid minder gecomprimeerd wordt, het "DTS" systeem.
Vrijwel alle huidige huiskamerapparatuur decodeert nu feilloos
zowel Dolby Digital als DTS.
Voor de audiofiele wereld was het tot dan toe allemaal niet zo
interessant. Met een goede stereo installatie (en goede opnamen)
was het immers mogelijk een acceptabel "ruimtelijk"
geluidsplaatje neer te zetten. Maar daar kwam verandering in
met de ontwikkeling van de "Super Audio CD" (SA-CD).
Met "SA" werden ook de nog immer klinkende bezwaren
tegen de, inmiddels klassieke, CD van tafel geveegd. Immers SA
heeft een veel betere resolutie, ook zachte signalen worden,
in tegenstelling tot bij de CD, met voldoende bits weergegeven
en ook de bandbreedte is zodanig dat alle boventonen van instrumenten
kunnen worden opgenomen en weergegeven.
Na de eerste introductie van SA kwam een jaar of twee later de
grote schok! SA werd in surround opgenomen! Dat betekent dus
het onvermijdelijke einde van het stereo tijdperk. Hoe is de
situatie dan nu voor de audiofiele luisteraar?
De Spelers
In het begin waren er uitsluitend DVD-spelers met een video-
(beeld) en een digitale uitgang voor Dolby Digital. Als enige
extra zat er ook een stereo uitgang op voor diegenen die geen
specifieke decoder/versterker wilden aanschaffen. Via de digitale
uitgang kon je een decoder aansluiten en vervolgens een vijf
kanaals versterker en een actieve subwoofer. Al snel kwam er
apparatuur op de markt waarbij de decoder en de versterker geïntegreerd
waren. In die geïntegreerde "surround" versterkers
of receivers werd en wordt kwistig gebruik gemaakt van digitale
schakelmogelijkheden om de diverse functies in te stellen, respectievelijk
de ingangskeuze en de geluidsterkte te bepalen. Na de ervaringen
met muting transistoren in CD-spelers werden we daar niet echt
vrolijk van. Die schakelwijze immers berust op hetzelfde principe
van al dan niet kortsluitende fet's of transistoren.
Met de komst van DTS was het noodzakelijk een extra decoder in
te bouwen, maar met de voortschrijdende integratie van chips
was dat geen probleem. Het enige problemen tot zover was het
vereiste vermogen. Alom werd gedemonstreerd met bulderend geluid
om maar zo dicht mogelijk de bioscoop ervaring te benaderen.
In de huidige surround receivers vliegen de "Watts"
je dan ook om de oren. Heel betaalbaar zijn al receivers die
5 x 100 Watt schijnen te kunnen weergeven. Inderdaad "schijnen"
want doorgaans wordt het niet waargemaakt. Per kanaal komt er
inderdaad het gespecificeerde vermogen uit zolang de andere kanalen
niet meedoen. Zelfs een consumententest wees uit dat je blij
mag zijn als het netto resultaat 5 x 40 Watt is!
SA
Inmiddels kwamen er ook SA-spelers op de markt. In eerste
instantie waren dat stereo spelers, maar inmiddels zijn alle
huidige SA-spelers vijf kanaals, dus voor surround weergave bestemd.
Een probleem nu is dat de huidige consument verplicht zou zijn
drie apparaten te kopen: een DVD-speler voor films, een SA-speler
voor geluid zonder beeld en een surround receiver. De laatste
liefst met zes extra analoge ingangen voor SA. Voor de doorsnee
consument is dat geen optie want het bijbehorende prijskaartje
is aanzienlijk. Sony kwam als eerste met de oplossing: een surround
doos waar alles in zit en de luidsprekers krijg je er als het
ware bijna gratis bij. Dus je hebt dan in één apparaat
een DVD-speler, een SA-surround speler, de benodigde decoders
en vijf versterkerkanalen. Allemaal leuk en betaalbaar maar de
geluidskwaliteit is duidelijk minder dan van een gemiddeld "torentje"
(midiset).
Sinds enige tijd levert Philips een losse speler waarbij de decoders
geïntegreerd zijn. Met zo'n speler kun je dus Dolby Digital,
DTS en SA-Surround afspelen. Het enige wat je nog nodig hebt
zijn vijf versterkende kanalen.
Helaas kun je aan geen van de nu verkrijgbare apparaten het label
"High End" hangen. Ondanks de mogelijkheid tot breedbandige
SA-weergave wordt in vrijwel alle apparatuur de bandbreedte beperkt
tot 50 kHz en in veel gevallen zelfs tot minder dan 30 kHz. Jitter
wordt standaard meegeleverd en zowel de vervorming als het uitgangsvermogen
worden verhuld in cijfers die de werkelijkheid niet benaderen.
Er zijn wel "aardige" spelers en versterkers, bijvoorbeeld
in de Sony ES-serie. Maar "aardig" is altijd nog minder
dan wat met een goede HiFi installatie te beleven valt.
In de VS zijn enkele kleinere fabrikanten die beter presteren,
maar daar hangt dan ook een prijskaartje aan wat al snel de ton
(Euro 100.000,-) overschrijdt.
Nieuw bij Hawk
Onze SP-1 en SP-2 regelversterkers bieden u de mogelijkheid
om uw huidige High End installatie te behouden en uit te breiden
tot surround weergave. U heeft dan wel drie extra eindversterkers
nodig, drie extra luidsprekers en een actieve subwoofer. Als
speler is dan de gemodificeerde Philips DVD-963 de meest logische
aanvulling.
Klasse-T!
We werken nu aan een mogelijke "betaalbare oplossing" door middel van "klasse-T" techniek. Daarbij wordt het signaal in een soort digitale vorm (PWM) naar de eindtransistoren gestuurd. Het voordeel daarvan is dat de eindtransistoren weinig dissiperen (kleine koelers), het rendement is omstreeks 95%. Het nadeel is dat de schakelfrequentie (rond 300 kHz) storing kan veroorzaken in andere apparatuur. De kunst is het dan om de uitgang zodanig te filteren dat het stoorniveau voldoende onderdrukt wordt. We laten het weten als er een proefset klaar is.
Heeft u commentaar? Laat
het ons weten! |