D
image
image
image
image


The Search for Musical Ecstasy (uitverkocht)

(Harvey Rosenberg, 353 pag.)
een boekbespreking door Peter van Willenswaard -

Wie is Harvey Rosenberg ook al weer?

Harvey Rosenberg is bekend geworden als degene die de OTL-versterkers (dwz. zonder uitgangstransformatoren) van Julius Futterman wereldberoemd maakte. Het bedrijfje NYAL dat hij daar voor oprichtte, ging echter ten onder en jarenlang hoorden we niets van hem.
Hoewel, af en toe schreef hij een ingezonden brief aan een van de bladen, en die werden door zijn fans verslonden. Want Rosenberg heeft een goede pen, zit vol humor en neemt geen blad voor de mond. En noemt namen. Dat alles is ook weer volop in dit nieuwste boek terug te vinden (in 1980 schreef hij al eens een kort boekje, Tubes versus Transistors, meer een pamflet eigenlijk). Heel wat passages in "Musical Ecstasy" doen je hartelijk lachen, en door de soepele stijl leest het overgrote deel van het boek als een roman, maar het is niet alleen maar ontspannend: het stemt tot nadenken. Over HiFi. En dat maakt het tot een curieus, en vooral ook belangrijk, boek.

Over het boek

Het geschrift valt eigenlijk uiteen in twee delen. Het eerste deel, dat ongeveer een kwart van het boek beslaat, is sterk filosofisch van inslag. Rosenberg heeft altijd al wat gehad met Zen en zo, maar zijn doel is niet ons aanhanger te maken van die zienswijze: hij heeft de eerste hoofdstukken nodig om ons bekend te maken met het vocabulair dat hij later zal gebruiken om ons zijn werkelijke boodschap te vertellen. Eerlijk gezegd is dit deel wat taai, bijna saai soms, maar je doet er goed aan door te zetten want alleen dan zal de rest van het boek er pas goed bij de lezer inhakken. Zijn taalgebruik zit al vol slang (enige bekendheid met het woordeigen van bijvoorbeeld Stereophile en TAS is bijna noodzakelijk), dus kun je maar beter zorgen dat je bekend bent met de eigen woorden die hij in het eerste deel introduceert.

Het tweede en grootste deel van het boek gaat over luisteren, naar muziek en naar installaties. Daarbij moet je niet denken aan een wetenschappelijke verhandeling. De vorm die hij gekozen heeft, is deels autobiografisch, deels een goede geschiedschrijving van de ontwikkeling van HiFi in het algemeen en blijft uitermate luchtig door het hoge anekdote-gehalte. Zijn verzet tegen het in de Amerikaanse high-end-pers gebruikelijke gedweep met "accuracy" (de weergave moet een exacte afspiegeling zijn van wat in de concertzaal gebeurt) is briljant. Rosenberg legt de nadruk op de muziekbeleving, op het genot, hij wrijft ons onder de neus dat het helemaal niet hetzelfde is om thuis te zitten in plaats van in de concertzaal. Want thuis kun je zelf het moment bepalen, je wordt niet gestoord door anderen, je kunt er een glas wijn bij inschenken of desgewenst al luisterend liggen vrijen in bed, je kunt in je vervoering opspringen en gaan dansen of meedirigeren, stukken herhalen omdat je die zo mooi vindt, janken van ontroering, allemaal dingen die in de concertzaal onmogelijk zijn en/of aanleiding zouden vormen voor grote problemen.
Bij dit alles speelt de kwaliteit van de installatie een duidelijke rol, maar hij stelt dat je dat niet mag verengen tot 'de diepte is behoorlijk groot maar de low-level-detaillering laat te wensen over'. Als je zo praat (en hij richt zich daarbij speciaal tot de audio-reviewers), dan mis je "the point": namelijk wat de muziek via die installatie met je doet, en daar gaat het immers om. Misschien kun je het ook omkeren: als een review geschreven is in termen van balans en kleuring en dynamiek, dan is de reviewer kennelijk niet muzikaal geraakt en deugt de apparatuur in dat opzicht niet. Want anders had hij/zij zijn/haar muzikale extase wel beschreven: als dat gebeurt, weet je dat er iets bijzonders en begerenswaardigs gebeurd is.
Op pag. 322 geeft hij een voorbeeld van een "review" op de manier die hij wenselijk acht. Misschien ook niet het ei van Columbus, maar wie zal het zeggen, misschien zijn we als reviewers en als audiovolkje wel te ver doorgeschoten en heeft hij gewoon gelijk.
Hij eindigt bij de meest recente (her-)ontdekking: de Single-Ended buizen eindversterkers. Daarvan heeft hij er nu een aantal gehoord en, hoewel hij nog steeds verslingerd is aan Futtermans OTL-1 en toegeeft dat hij misschien bevooroordeeld is, vindt hij dat toch de grootste stap van de laatste tijd, inclusief de hoogrendement luidsprekers die daar bij nodig zijn. En hij zet zich dus af tegen het imponerende maar oninspirerende geweld van de in de VS aanbeden 2x 100 W zo niet 2x 300 W pushpull buizenversterkers en 82 dB/W/m monsterluidsprekers.
De relatie tussen de kwaliteit van de installatie en het muzikale genot komt niet helemaal uit de verf.
Het boek zal vermoedelijk allereerst mensen in de generatie van 35-55 jaar aanspreken, de rock-and-roll generatie. Een van zijn stellingen is zelfs dat zonder het algemeen worden van de stereo-installatie en zonder de rock-en-roll de revolutie van de jaren 60 en 70 nooit had kunnen plaatsvinden, en daar is wat voor te zeggen. Toch is er ook veel aandacht voor klassieke muziek.

Als u vastloopt in het boek, als je denkt dat het allemaal onzin is, lees dan nog 25 pagina's verder. Als je het dan nog denkt, leg het boek dan weg en begin over een jaar opnieuw. Want het boek roept serieuze vragen op. Nogmaals, een curieus boek over ons aller hobby, HiFi.

Ik zal nu proberen te beschrijven hoe Harvey Rosenberg (HR) in dit boek te werk gaat. Ik doe dit zo veel mogelijk aan de hand van citaten, met wat omringende uitleg. De lezer mag van mij geen samenvatting verwachten (een onmogelijke opgave), slechts een impressie. De gegeven paginanummers zijn die van de mij toegestuurde proefdruk en mogelijk iets verschillend van die van de definitieve versie van het boek.

Filosofisch deel

"Mensen bouwen mythen. Alle constructies die we nastreven zijn mythologisch. De lijm die huishoudens, gemeenschappen en landen bijeenhoudt, bestaat uit mythen en waar die mythen hun kracht verliezen, begint de sociale en individuele chaos." (p.12) HR gebruikt dit als opstapje naar de uitleg dat dat ook is wat we met muziek en de weergave daarvan aan het doen zijn: mythen creëren (even positief bedoeld en daarom zo reëel als in het citaat).
Als muziek ons niet raakt, ons niet minstens een beetje in extase brengt (denk aan de titel van het boek), dan is het (of de weergave ervan) inferieur, muzak. Denk aan de "audio-extasist, roerloos vastgepind in de luisterstoel: ... hij/zij gaat door een uittredingservaring. Zo'n uittredingsverschijnsel kun je tegenkomen bij allen die emotioneel bij muziek betrokken zijn, van de uitvoerende tot de verkoper achter de toonbank van een platenzaak". (p.15) Omdat de audio-extasist voortdurend op zoek is naar meer daarvan, tweakt hij/zij. "Wat daar gebeurt, is dat goddelijke tweak-energie van de muziekliefhebber in de geluidsinstallatie stroomt. ... Dit soort energie ontbreekt ten ene male in conventionele (wetenschappelijke) modellen. ... Hoe meer de muziekliefhebber in het samenstellen en tunen van zijn/haar audioinstallatie investeert, des te meer extase er beschikbaar komt." (p.16)
"Orthodoxe zienswijzen willen ons doen geloven dat het doel van onze inspanningen is het creëren van de illusie van live muziek in onze huiskamer. Ik stel daarentegen dat het doel van onze inspanningen is het bereiken van muzikale extase en dat de illusie die we creëren niet het doel is maar het middel om dat te bereiken. De audio-extatist is op veel meer uit dan het sensuele plezier dat een live uitvoering vermag te bieden, het meemaken van een live uitvoering betekent eerder juist een beperking van de mogelijkheden tot extase." (p.28) "Natuurlijk zijn er waarlijk grootse concerten. Hoe je die herkent? Simpel: je krijgt de neiging op te staan en de naald opnieuw in die groef te plaatsen om die fantastische passage nog een keer te horen. ... Je krijgt de neiging op te staan en te roepen: Meneer de dirigent, kunt u dat nog eens spelen, alstublieft. Ik moet dat nog een keer horen want wat u daar deed kwam zo onverwacht dat ik niet klaar was voor het schokkende effect dat het daarnet op me had! Hebt u ooit meegemaakt dat iemand dat gevoel durfde uiten terwijl toch honderden mensen in dezelfde zaal met hetzelfde gevoel zaten?" (p.29) Ik (PvW) wil hierbij als herkenning aantekenen dat het me omgekeerd soms verbaasd dat, na een verpletterende uitvoering, veel mensen zo kennelijk onaangedaan in de pauze hun koffie staan te slurpen en kwebbelen over trivialiteiten van de afgelopen week. En: "Waarom applaudisseert het publiek altijd gewoon na een slechte uitvoering?" (p.30) Kortom, de concertzaal is soms heel frustrerend.

Rock-and-Roll

Dan volgt een beschrijving over hoe de opkomst van rock in de 50-er jaren, samen met het explosief groeiende aantal muziekinstallaties op de kamers van tieners en twintigers, de cultuuromslag van de jaren '60 hebben begeleid, ja, mogelijk gemaakt. "Ik kan het mis hebben, maar in mijn ogen rolde de seksuele revolutie van deze eeuw onze kamers en levens binnen op de golven van de rock-and-roll, de nieuwe generatie audio apparatuur, de pil en marihuana. De stem van deze revolutie kwam tot ons via slecht ontworpen infinite-baffle luidsprekers en schetterende transistors. Zonder deze vooruitgang in elektro-akoestische kunstvormen zou deze revolutie gestorven zijn. .... In de 25 jaar dat ik de audiopers lees heb ik nooit enige verwijzing gezien naar de fundamentele rol die audiotechniek gespeeld heeft in het herontwaken van de esthetiek van de extase." (p.33)
Voortbordurend op het (nieuwe) belang van muziek in onze eigen kamer: "Denk eens aan een veel voorkomend audio-extatisch ritueel. Kun je je enig andere vorm van amusement voorstellen waarbij je bij een vriend thuis wordt uitgenodigd om in het donker te gaan zitten staren naar een lege muur? Goed, misschien brandt er ergens een kaarsje. Waarom zitten mannen samen in het donker te luisteren naar het mysterie van de muziek? Doen ze dat om te bezuinigen op de elektriciteitsrekening of speelt er een of andere instinctieve, archaïsche kracht die ons terug drijft naar de grotten om het originele mysterie van de kunst te kunnen beleven?" (p.34) "Zou Carnegie Hall niet veel beter klinken als ze het licht uitdeden en honderden kaarsjes aanstaken?" "Wat we van oudsher goed begrijpen is heel duidelijk. Muziek heelt. Muziek verheft de geest. Als een baby huilt, zingen we. Muziek helpt ons door een rouwproces heen." (p.35)
Volgen nog een aantal omzwervingen en verdiepingen. In één daarvan staat een ode aan het oor die ik u niet wil onthouden: "Er is geen grens aan het audio-extatische gehoor. Ons gehoor is zo gevoelig dat we het gras op de zeebodem 10.000 vadem diep kunnen horen wuiven, of we horen vlinders hijgen tijdens hun liefdespel, of de stemmen der geesten als ze zuchten in de baren, we kunnen het kind in ons toeroepen dat we vreugde en mysterie moeten najagen, we horen onze lang verscheiden voorouders roepen wanneer het graan gezaaid moet worden of wat de beste plek om te jagen is. Of we horen de verschillen tussen de diverse buizenmerken of het geworstel van radeloze elektronen die zich een weg proberen te banen door een vernauwde koperader." (p.55)

Deel II: De wereld van de audio

Zo rond p.110 maakt HR de zwaai naar audio als vak, als hobby, als kunde. Niet voor niets luidt de ondertitel van het hoofdstuk daar 'Preparing to go through the door'. Vervolgens presenteert hij een soort Tien Geboden (twaalf, om precies te zijn) van de audiosessie. Na een aantal voorbereidende stappen, waaronder de beschrijving van een ritueel bad waarbij hij op Rabbijnse humor (De naam Rosenberg duidt op een Jiddische afkomst! JS) de vloer aanveegt met de traditionele reviewers, vinden we in punt zes "Begin listening. ... Als de muziek droevig is, weerhoud de tranen niet. Als het swingt, laat jezelf gaan, dans als je daar zin in krijgt. Blijf niet als een zak aardappels op die bank hangen als je lijf wil opspringen en door de ruimte zweven. Do it!" (p.113)

Hoofdstuk 17 gaat over de tegenhanger van geluid, de stilte, en begint met twee citaten:

"Ik denk niet dat ik de noten veel anders speel dan andere pianisten, maar de pauzes tussen de noten - ah, daar hoort men de artiest! (Arthur Schnable)."

En:

"Met dertig spaken maken we een wiel:
Maar om het gat in het centrum is het waar het bij de wagen om draait.
We maken een vaartuig van een klomp klei:
Maar het is de lege ruimte binnen het vaartuig dat het zijn nut geeft.
We maken deuren en ramen voor een kamer:
Maar het zijn de lege plekken die de kamer leefbaar maken.
Dus, waar het bestaande bepaald zijn voordelen heeft,
is het de leegte die het ons tot nut maakt." (Lao Tzu) (p.121)

Iets verderop volgt zijn aanval op de 'Accuracy' (klemtoon op de eerste lettergreep), de heilige steen van de Amerikaanse audiowijzen: '(waarheids)getrouwheid'. "Misschien is al dat hoogdravende gladde high-end gepraat een poging tot een wetenschappelijke beschrijving van het mysterie dat alle audio-extasisten delen - het terugkeren, terug, terug in de tijd. In mijn overtuiging gaat deze muzikale verbeeldingstrip verder terug dan tot het moment van de opname. Het gaat terug naar het oorspronkelijke scheppende moment van de compositie. Ik zou verder willen stellen dat wij allen (uitvoerenden, producers, audio-extasisten, allen wier welzijn afhankelijk is van die kleine ronde pannekoeken vol informatie) op zoek zijn naar hetzelfde: de openbaring van de oorspronkelijke bedoeling die de componist in zijn verbeelding ervoer. Daarom stoort het mij als ik hoor dat een 'accurate' audioinstallatie gedefinieerd wordt als één die in staat is ons terug te planten in de tijd en de oorspronkelijke muzikale gebeurtenis weer te geven; alsof die gebeurtenis losstond van iedere verbeelding; alsof het compleet losstond van de verbeelding van hen die het creëerden. Een opname is geen muzikale gebeurtenis, kan die niet vastleggen, maar is de neerslag van de verbeelding van een kudde 'artiesten' - de mensen die beslissen hoe de opname moet klinken. Zo'n opname kan nooit een 'accurate' kopie zijn van wat daar live gebeurde."
"Een prachtige zwart/wit-foto van een naakt bezit een veel grotere artistieke kracht dan dat zelfde naakt op mijn sofa. Het schilderij van een roos kan me oneindig veel meer zeggen dan de roos in mijn tuin. Kunst bezit de kracht van transcendentie. Hoewel van een muzikaal evenement maar een fractie werkelijk in de opname terecht komt, kan die opname de kracht hebben om dat muzikale evenement te overstijgen." (p.133)
En: "Heeft wie dan ook ooit een 'accurate' uitvoering gehoord van welk werk dan ook van Beethoven of de Beatles? Draait het bij composities niet altijd om interpretatie? Heb je niet juist daarom vijftien verschillende uitvoeringen van de Goldberg Variaties, alle van geheel verschillende persoonlijkheid?" (p.134)

Over apparatuur

"Hoe zit het nu met mijn vriend Steve Sullivan, die in een extatisch verbond met zijn Magnepan Tympani speakers leeft? Ik snap wel wat hij daar mooi aan vindt, maar zelf heb ik iets heel anders nodig." ... "Waar Nelson Pass, Mark Levinson en Danny d'Agostino en andere transistortovenaars mee bezig waren, daar heb ik nooit goed bij gekund. Ik zat dan te luisteren naar hun meest geavanceerde creaties die, voor een brede verscheidenheid van audio-extatisten, subliem extatistisch gereedschap vormden, maar ik werd er niet warm of koud van, niet op die manier waarop apparatuur van Audio Research en Conrad Johnson mij emotioneerde. Maar ja, ik slaap nu eenmaal ook graag onder de blote hemel en houd van motorrijden...." (p.144)
Vier hoofdstukken zijn gewijd aan de kunst van het tweaken. "Het levensgebod van de tweaker bestaat uit twee vragen en één actie. (1) Hoe zou dit werken? (2) Hoe zou ik dit beter kunnen laten werken? (3) Dat ga ik dan nu proberen". Ook voor ontwerpers "is er waarschijnlijk geen andere zinvolle manier om de state-of-the-art verder te brengen. Ik zou geen school weten waar het ontwerpen van high-end elektronica wordt onderwezen." (p.149)
De overgang van tweaken naar een uitvoerige beschrijving van zijn episode met Julius Futterman wordt gevormd door het (ironisch) verhalen van Rosenbergs ontdekking van het fenomeen radiobuis. "Heren, is het u opgevallen hoe het voorspel ons gehoor scherpt (...)? Hoorde ik een verbetering in transparantie? Was het laag beter gecontroleerd? Hoe echt was het geluid van de klavecimbel nu? Zijn al deze vragen niet veel belangrijker dan seksueel genoegen? (...) Na een korte luistersessie sprong ik dan op en rukte spiernaakt de versterker van de vloer en sjouwde die naar mijn werkbank, deed mijn smidsschort voor (om mijn jongeheer te beschermen tegen ongelukjes met de hoogspanning) en wrocht een lichte wijziging in de schakeling, waarop ik mijn versterker terugsleepte naar de woonkamer en hem weer aansloot. Installatie weer aan. Luisteren. Nog meer voorspel om mijn gehoor verder te scherpen. Weer luisteren. Was die verbetering een stap terug? Wat dacht de Godin van de liefde ervan? (...) O glorietijd van buisaardige wedergeboorte! In Japan kreeg het een retro-amerikaans karakter, audio-extatists daar betaalden elke prijs voor perfect geconserveerde Amerikaanse audioproducten van de jaren 50 en 60. Harry Pearsons (ex-hoofdredacteur van Hi Fi News & RR en nu hoofdredacteur van Stereophile. JS) scheurbuik helende donker-vloeiend-midrange taaltje was nu tot volle wasdom gekomen. De Britten demonstreerden hun know-how in het luidspreker-maken. Dr. Thiele en Dr. Small van de Waterloo universiteit in Canada hadden een wiskundig model van de gesloten box ontwikkeld waardoor voortaan iedereen met een computer in staat was, eindelijk, een fatsoenlijke luidspreker te ontwerpen. Voor het eerst kwamen er MC-elementen uit Japan. De buizenrevolutie was nu in volle gang. Er was inmiddels een wereldwijde consensus - van Japan tot Zuid-Afrika, van Groenland tot Nieuw-Zeeland, dat buizenelektronica de standaard vormde in de 'state-of-the-art' wat betreft geluidskwaliteit, dit ondanks miljoenen advertentiedollars die werden uitgegeven om ons van het tegendeel te overtuigen. De Waarheid is Machtig, en Zij Gloeit." (p.170)

Het verhaal over de confrontatie met Futterman moet u zelf maar lezen (P.174-211). Het is geïllustreerd met foto's, schema's, reviews en (natuurlijk) anekdotes.

Rosenberg en het heden

Dan volgt HR's ontdekking van een nog oudere technologie: single-ended triode eindtrappen. We zijn daarmee in het heden aangekomen. Het duizelt HR een beetje, deze schijnbare terugval in de prehistorie van de audio, maar misschien juist daarom toch weer niet zo verbazend. "Waarom zou je je aan single-ended triode versterkers en hoornluidsprekers wagen, dat zijn toch zeer archaïsche audio-rariteiten? Wat voor relatie met artistieke expressie denk je te vinden? Is 'accuracy' voldoende? Zou het kunnen dat het dogma van de state-of-the-art audio je afhoudt van de unieke extatische mogelijkheden die super-gevoelige hoornluidsprekers en microwatt versterkers te bieden hebben?" (p.216) Even verder: "Terwijl we op zoek waren naar extreem lage vervormingen, naar 'accuracy', hebben we met het badwater kennelijk een essentieel aspect van muziek weggegooid. Haar speelsheid, haar vermogen om ons fysiek in te palmen." (p.222) Dit mondt uit in een verzuchting. "Sorry, ik voel me duizelig van verrukking en moet even rustig gaan zitten." Waarna de tussenkop: "Het is onze plicht audiodealers te doen lijden". "We zijn allemaal onderhevig aan de wetmatigheid van de Karma. Zonder twijfel zijn audiodealers in het grootste deel van hun vorige levens zondaren geweest. Waarom zouden zij anders op deze wereld gezet zijn om zoveel te lijden als zij nu doen? Hun lijden bestaat uit het bedienen van knettergekke audiofielen en dit is hun boetedoening opdat zij in een volgend leven prachtige voorbeelden zullen kunnen zijn. Daarom is het onze taak om hun lijden te vergroten en ze zo te helpen vergeving te vinden. Bel nu uw dichtstbijzijnde dealer en deel hem mede dat u nu in uw 1938 Jaguar Coupé naar zijn winkel komt om eens een paar echte triodeversterker te horen en of hij dan vast een stel geschikte speakers ingespeeld klaar kan hebben staan." (p.239) En nog weer wat verder, na een avontuur met Tannoy studio monitors: "Hopelijk worden audio verkopers weer wakker en stellen ze in hun winkel een stel van deze studio monitors op, zorgen ze voor een paar DAT kopieën van rock-and-roll mastertapes om eindelijk weer eens kippevel terug te brengen in de audiowinkels. En JBL, Altec en Tannoy, luisteren jullie ook mee, alsjeblieft?" (p.254)
In de laatste hoofdstukken van het boek gaat de lijn van het verhaal een beetje verloren, het is meer een verzameling nog niet besproken 'loose ends'. De humor blijft: "Stel dat iemand een dik verhaal staat op te hangen over een transistorschakeling die eindelijk dezelfde kwaliteiten realiseert als een buizenschakeling, vraag dan 'maar waar zitten de buizen nou?'" (p.331)

Het bovenstaande is, en kan niet meer zijn dan, een bescheiden bloemlezing uit een 350 pagina's dik, sterk aan de persoon van Harvey Rosenberg gebonden boek. Het zal echter ook menige Nederlandse lezer diep in het hart raken.

 




Contact Us

image

image
image
 SITEMAP
image