Uittreksel uit een lezing van de "Cradle-to-Cradle" grondlegger Michael Braungart: 'Maak je zorgen om tekort aan metalen'. Gehouden in Nieuwegein op 18 mei 2009 voor een meeting van de Nederlandse Metaalunie.
Ook verbaast het hem dat metalen uit onze omgeving geweerd worden omdat het slecht voor de gezondheid zou zijn. 'Een mens heeft zink en magnesium nodig. Dat moet je dus ook om je heen hebben...' In dat kader verbaast het hem ook dat lood uit soldeer werd gehaald. 'Dat moest, om gezondheidsredenen, loodvrij. Maar eenmaal in soldeer kan lood helemaal geen kwaad. Het wasemt niets uit aan giftige dampen en niemand die het in zijn mond zal stoppen.' Daarentegen zijn de vervangende stoffen volgens Braungart wel xpuur vergif'. Bovendien heeft het aldus loodvrij maken een ander nadeel: 'Het vermindert de vraag naar lood, waardoor het goedkoper wordt, zodat het wel weer in benzine wordt gestopt dat vervolgens in Afrika wordt verkocht.' En laten nu juist desbetreffende dampen wel weer schadelijk voor de gezondheid zijn. 'Zo verleg je het probleem en dat kan toch nooit de bedoeling zijn?'
Opmerking
Inderdaad hebben we nog nooit vernomen dat iemand door het solderen met lood enige lichamelijke schade heeft geleden. Dat is juist bij de nieuwe loodvrije soldeersoorten twijfelachtig. We blijven voorstander van solide soldeerverbindingen mét lood. Zilver gedoteerd soldeer geeft ook geen betere of meer betrouwbare verbinding.
Energie
In audio installaties wordt energie gebruikt om elektrische audio signalen, versterkt, via luidsprekers om te zetten in hoorbare geluidstrillingen. Een goede methode om de gebruikte energie te beperken is het toepassen van luidspreker systemen met een hoge efficiëntie (ook wel gevoeligheid genoemd).
Ook in geluidsversterkers speelt de efficiëntie een grote rol. Het meest inefficient zijn klasse-A versterkers waarbij een constante grote stroom door de eindversterker loopt, veelal met een viervoudige waarde van het afgegeven effectieve vermogen.
Klasse A/B versterkers zijn veel efficienter omdat er alleen energie gebruikt wordt bij uitsturing. Zonder signaal gebruikt een klasse A/B versterker een doorgaans verwaarloosbare geringe stroom. Bij volle uitsturing bedraagt de efficientie factor omstreeks 50%. Dat betekent dan dat het gebruikte vermogen het dubbele is van het efficiente uitgangsvermogen.
Klasse D versterkers zijn het meeste energievriendelijk. In rust wordt er nauwelijks stroom gebruikt en bij volle uitsturing is de efficientie omstreeks 90%. Het gebruikte vermogen is dan omstreeks 10% hoger dan het efficiente uitgangsvermogen.
Buizenversterkers vormen een aparte soort gebruikers. In alle soorten buizenversterkers loopt er altijd een gloeistroom door de buizen en dat vormt daarmee een niet-nuttige energieverbruiker.
Klasse A buizenversterkers zijn het minst efficient en gebruiken evenals de transistor pedant constant een vermogen dat het viervoudige is van het maximale nuttige uitgangsvermogen.
Klasse A/B buizenversterkers gebruiken in rust een kleine stroom, hoewel met een hoger vermogen dan bij een transistor versterker. Bij volle uitsturing gebruikt een klasse A/B buizenversterker omstreeks het dubbele van het nuttige effectieve uitgangsvermogen.
De milieubewuste geluidsliefhebber zal beginnen met een keus van een hoog renderende luidspreker. De meest bekende soort is dan de hoornluidspreker. Maar er zijn nu ook "gewone" luidsprekers verkrijgbaar met hoog rendement in de orde van 92 tot 95 dB/1 W/1 m.
De volgende stap is dan een bijpassende versterker te kiezen. In transistortechniek heeft klasse D de voorkeur alhoewel de geluidskwaliteit in de meeste gevallen niet optimaal is. Men kan om redenen van geluidskwaliteit kiezen voor een klasse A versterker. In combinatie met een gevoelige luidspreker is een vermogen van 10 Watt dan meestal voldoende.
Bij de keus van een buizenversterker is een 10-12 Watt klasse A/B versterker doorgaans ruim voldoende om een redelijke luidheid in de kamer te bereiken.
Een buizen klasse A versterker prevaleert als het om de geluidskwaliteit gaat. Een bijkomend nadeel van de meeste buizen klasse-A versterkers (SET versterkers) is dat de daarbij toegepaste buizen een extreem hoog gloeistroomvebruik hebben.
Bij de keuze voor een buizenversterker speelt ook een rol hoeveel buizen er in de schakeling toegepast zijn. In sommige ontwerpen wordt gebruik gemaakt van een overdaad aan buizen en dat gaat ten koste van extra gloeistroomverbruik.
Bij surround kiezen veel grote fabrikanten nu voor de klasse D versterker. Dat is inderdaad een verstandige zaak omdat een (8 kanaals) klasse A/B versterker zowel in rust als tijdens het beruik een groot energieverbruik laat zien.
Duurzaamheid
Een zaak die naast het energieverbruik, zowel tijdens het gebruik alswel voor de fabricage, in overweging moet worden genomen is de duurzaamheid van een product. De levensduur van een elektronische schakeling wordt in hoge mate bepaald door de levensduur van elektrolytische condensatoren. Een bijkomende zaak is ook dat die componenten bij de vernietiging giftig chemisch afval opleveren.
In vergelijking zijn "gewone" condensatoren veel mileuvriendelijker. In audio verdienen polypropyleen condensatoren een lichte voorkeur in vergelijking met polyester typen. Sommige fabrikanten (Conrad-Johnson) passen dergelijke condensatoren toe in de voeding van buizenversterkers. Dat heeft gehoormatige voordelen én bevordert de levensduur van het apparaat. Die condensatoren hebben relatief kleine waaarden omdat er kleine stromen lopen. In versterkers met halfgeleiders hebben we te maken met veel grotere stromen en dan dienen de condensatoren in de voeding een veel grotere waarde te hebben. Die condensatoren met waarden van enkele duizenden microFarads bestaan nu niet. Het gaat echter om lagere spanningen en dan moet het zeker mogelijk zijn om typen, gewikkeld met polyesterfolie, te maken met handzame afmetingen en voor een redelijke prijs.